| |

Wie was Leon Defraeye (1899-1977)?

Leon Defraeye was een pionier op het veld van de heemkunde. Hij
was reeds in de twintiger jaren een van de eersten om het belang
van de kennis van de lokale geschiedenis in te zien. Geen plaatselijke
spreuk, geen eigenaardige uitdrukking, geen kleurrijk dialectwoord
of hij schreef het op.
In 1932 verscheen zijn Kerkelijke Geschiedenis van Deerlijk, meer dan twintig werkjes zullen nog volgen o.a. Spreuken, Gezegden, Rijmpjes en Liedjes, Geschiedenis van Deerlijk, Deerlijk in Oorlogstijd tot de Geschiedenis van Zoutenaaie toe.
De grote zorg en droom van Leon was het 16de-eeuwse retabel van Sint-Columba, dat zich in het museum van Kortrijk bevond, terug in zijn parochiekerk te krijgen, waar het thuishoorde. Zijn inspanningen werden in augustus 1945 bekroond en het is de verdienste van de later opgerichte heemkring Dorp en Toren dat na zijn dood het retabel met de welwillende toestemming van de geestelijke en burgerlijke overheid vakkundig gerestaureerd werd (1982-1988). Het is nu het pronkstuk van Leons parochiekerk Sint-Columba.
Van kindsbeen af was Leon ook gebeten door alles wat het militaire aanging. Ongetwijfeld speelde daarbij de Eerste Wereldoorlog een grote rol; een oorlog die hij als nieuwsgierige jongeling beleefde. Op het einde ervan gaf hij zich op als oorlogsvrijwilliger, maar maakte geen gevechten meer mee. Hij maakte tijdens en na de oorlog heel wat notities die resulteerden in een tweetal oorlogsboekjes; eenzelfde scenario tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, maar hier kwam geen publicatie van. Hij was zeer actief bij diverse vaderlandse verenigingen, zoals de Vuurkruisers, Veteranen van Koning Albert I, Veteranen van Koning Leopold III, de NSB (Nationale Strijdersbond), de ZAB (Zivielarbeiders), enz. Bij herdenkingen rond de oorlogen nam hij meestal het voortouw en tot op het einde van zijn leven gaf hij op 11 november een toespraak. Bij de inhuldiging van een nieuw monument voor de gesneuvelden in 1952 was hij een van de promotoren.
DE DEERLIJKSCHE HEEMKUNDIGE KRING
In de zomer van 1943 schaarde zich een kleine groep heemkundigen en aspirantheemkundigen rond Leon Defraeye: Leo Simoens uit Brugge, Jerome Van Gaver uit Harelbeke, Hector Vindevogel (alias Torrie Mulders) uit Tiegem, Albert Bruggeman uit Deerlijk en de onderwijzers Leon Verplaetse uit Nieuwenhove en Julien Allegaert uit Deerlijk. Samen stichtten ze de “Deerlijksche Heemkundige Kring”. Hoewel Deerlijk in de naam stond, wilde de kring de gemeentegrenzen ruim overschrijden en kunnen we die daarom een voorloper van Heemkunde West-Vlaanderen noemen. Het was eerder een samenwerking van vrienden, geen verbond met een gekozen voorzitter en bestuur. Leon Defraeye was wel de leidende figuur.
Hij liet briefpapier en omslagen drukken met het logo getekend door zijn vriend, grafisch kunstenaar André Vlaanderen. Jammer is daar in zijn archief niets van bewaard.
Ieder lid had zijn vakgebied: zo nam Leon Defraeye alles wat Deerlijk aanging ter harte en samen met Leo Simoens bestudeerde hij de heiligenverering in West- en Oost-Vlaanderen, meer specifiek de Sint-Maartensverering. Julien Allegaert trad op voor Vichte. Jerome Van Gaver bestudeerde de banmolens van Harelbeke en de molens van Poeke en Ruiselede. Albert Bruggeman hield zich bezig met Beveren-Leie en alles wat de Sint-Niklaasverering aanging.
Allen, uitgenomen Leo Simoens en Leon Verplaetse, waren lid van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk. Allen waren ook lid van het Verbond voor Heemkunde, dat deel uitmaakte van de VTB van Jozef Van Overstraeten. In september 1943 woonden Leon Defraeye, Albert Bruggeman en Leo Simoens de derde studiedag van dit nationale verbond bij in Brussel, hoewel de oorlogsomstandigheden de werking ervan grotendeels beperkten.
Door het uitblijven van enig nieuws omtrent dit Verbond besloot de “Deerlijksche Heemkundige Kring” in zijn vergadering van 20 januari 1945 een oproep te doen tot alle West-Vlaamse heemkundigen ten einde een West-Vlaams Verbond op te richten. Onder de initiatiefnemers heerste in ieder geval de algemene indruk dat het Verbond voor Heemkunde zou verdwijnen. Door de oprichting van een West-Vlaams Verbond wilden zij de heemkundige fakkel brandende houden; een provinciale samenwerking had Leon Defraeye trouwens altijd gewild. Het Deerlijkse voorstel was dus geenszins een ‘cavalier seul’ spelen, maar een poging tot het verzekeren van de continuïteit van de heemkunde. Een tachtigtal personen verspreid over de provincie ontving een omzendbrief en een vragenlijst. Ook veertien lokale weekbladen werden aangeschreven om het initiatief aan te kondigen.
Enkelen vroegen om bijkomende informatie vooraleer een standpunt in te nemen. Heel wat personen antwoordden positief; anderen dan weer voorbehoudend tot negatief. Zo schreef iemand: Waarom splitsen en verder onderverdelen wanneer er een centraal, stevig ingericht verbond bestaat of minstens bestaan heeft. Of is het de bedoeling een regionaal onderdeel van het Vlaams Verbond te stichten? Dan komt dit niet tot uiting in de omzendbrief. (…) Waarom een West-Vlaams tijdschrift voor heemkunde stichten? Het bestond en zal opnieuw bestaan binnenkort. Biekorf is een heemkundig tijdschrift sedert meer dan 46 jaar en nam de traditie over van Gezelles Rond den Heerd. (…).
Iemand anders zei: Het is nog wat te vroeg om over te gaan tot een West-Vlaams Verbond. Nu het Verbond voor Heemkunde terug in werking treedt, laat ons alle krachten samenbundelen, want ik meen dat we bezig zijn met versnipperen. De heemkundige verenigingen en verbonden rijzen als paddestoelen uit de grond. Laat ons vasthouden aan het oude, ’t is vast geworteld. Laat ons eerst werken tot de oprichting van plaatselijke kringen, gegroepeerd rond de plaatselijke correspondent bij het Verbond. Laat ons dan deze kernen samenbundelen tot gewestkringen en uit deze gewestkringen kan dan een provinciale kring groeien. Zo zullen wij tot een machtig geheel uitgroeien.
In maart 1945 kreeg Leon Defraeye een brief van de nieuwe voorzitter van het Verbond voor Heemkunde, pater G. Meersseman uit Torhout. Hierin benadrukte de geestelijke dat het Verbond nog bestond, meer nog: programma en werking bleven hetzelfde, weliswaar onder een nieuwe voorzitter, maar dat was alleen een wisseling van de wacht en een nieuw tijdschrift stond op stapel. Alleen was alles vertraagd door de oorlogsomstandigheden.
Het stichten van een West-Vlaams Verbond vond hij niet zo’n goed idee: De meeste heemkringen zijn met de leiding van het Verbond in contact gebleven, en hebben dan ook leiding en steun voor hun werking ontvangen. Ik meen dat het te betreuren valt, zoo de kring van Deerlijk een initiatief genomen heeft, dat op zich wel goed kan zijn, maar geen rekening houdt met de bestaande toestanden en met de Verbondsleiding. Mag ik U doen opmerken dat de oprichting van provinciale organismen door het Verbond in overweging genomen was verleden jaar; maar dan werd dit plan weer verworpen, omdat het praktisch beter scheen in ieder provincie twee of drie, zelfs vier regionale organismen en studiedagen in te richten, niet alleen om redenen van verkeer, maar ook omdat de heemkundige orienteering zeer gedifferencieerd is al naar gelang de gewesten.
Provinciale grenzen spelen daarbij geen rol. Zoo kan ik me goed een verbond voor het Kortrijksche voorstellen, maar geen West-Vlaamsch verbond. Dit laatste zou bestaan uit een bestuur, enkele leden, en daarmede uit en amen, zooals er al een bond voor West-Vlaamse folkloristen bestaat, enz.
Het nationaal Verbond voor Heemkunde bleef inderdaad bestaan. De aanstelling van een nieuwe voorzitter verzekerde de continuïteit. Het Deerlijkse initiatief kon dus op te weinig daadwerkelijke steun rekenen en stierf bijgevolg een stille dood. Zelfs van de “Deerlijksche Heemkundige Kring” is verder geen sprake meer; van de stichtende leden bleef uiteindelijk alleen nog Leon Defraeye over.
Om dorpspolitieke redenen raakte Julien Allegaert in onmin met Leon. Hector Vindevogel is nooit veel naar de vergaderingen bij Leon thuis gekomen. Jerome Van Gaver was een werkzame en trouwe aanhanger van de groep, maar stierf op het einde van de jaren 1940. Leo Simoens woonde in Brussel en vertrok begin 1952 naar Belgisch Congo. Albert Bruggeman ging in Gent wonen en opende er een antiekzaak, maar bleef lid én van het Verbond voor Heemkunde én van de Bond van Oost-Vlaamse Folkloristen.
Zo’n 15 jaar later ging de wens van Leon Defraeye toch nog in vervulling. In 1959 was hij medestichter van het West-Vlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde, al woonde hij na dat jaar geen vergaderingen meer bij. Blijkbaar vertegenwoordigde hij vooral zichzelf. De provinciale voorzitter schreef hem in juni 1959: Voor U heb ik twee namen van personen die voor de heemkunde belangstelling hebben en die wellicht kunnen aangesproken worden ten einde het Heemkundig Verbond van Deerlijk en Omliggende terug op dreef te brengen. Mogelijks kan met deze mensen (…) een kern gevormd worden. Het is er, zoals we weten, niet van gekomen.
HEEMKRING DORP EN TOREN
Leon Defraeye speelde zijn hele leven met het idee een heemkundige kring op te richten onder de naam Dorp en Toren, ongetwijfeld verwijzend naar het volksverbonden en plaatselijke karakter van een heemkundige kring: het dorp rond de kerktoren. Bij de uiteindelijke oprichting van de kring werd zijn naamsuggestie overgenomen. Toen begin 1977 op initiatief van Freddy Byttebier, Theo Derycke, Philippe Despriet en Paul Rogiers de vlam in de smeulende as sloeg en de heemkundige kring Dorp en Toren als een nieuwe feniks verrees, was Leon Defraeye gelukkig dat zijn werk weer navolging kreeg. Hij aanvaardde enthousiast het erevoorzitterschap van de nieuwe vereniging. Enkele maanden later, op 22 maart, stierf hij echter op 78-jarige leeftijd en heeft hij de voortzetting van zijn werk niet echt meer meegemaakt.
LEON DEFRAEYEPRIJS VOOR HEEMKUNDE
In 1987 werd voor de eerste maal de driejaarlijkse “Leon
Defraeyeprijs voor Heemkunde” toegekend. In 2007 werd hij
omgevormd tot vijfjaarlijks. De prijs bedraagt 500 euro en wil een
persoon of een organisatie belonen die zich voor de plaatselijke
heemkunde in de ruime zin van het woord heeft verdienstelijk gemaakt.
Reglement Leon Defraeyeprijs voor heemkunde:
Art. 1
De prijs is vijfjaarlijks en bedraagt 500
euro
Art. 2
De jury heeft de bevoegdheid de prijs niet
toe te kennen of hem te verdelen over meerdere personen of groepen
Art. 3
Alleen de projecten die in hoofdzaak in verband
staan met de gemeente Deerlijk komen in aanmerking. Ze moeten gerealiseerd
zijn in de loop van 2007, 2008, 2009, 2010 of 2011.
Art. 4
Het begrip heemkunde wordt in de ruimste zin
opgevat, het slaat nl. op alles wat met de leefgemeenschap Deerlijk
te maken heeft. Ten exemplarischen titel kunnen worden vernoemd:
een studie, een audio-visuele montage, een restauratie, een folkloristische
gebeurtenis, een herdenking met historisch karakter, ...
Art. 5
Van een niet-gepubliceerde studie dient de
tekst in 6 exemplaren en het eventuele illustratiemateriaal in 1
exemplaar te worden overgemaakt.
Art. 6
De heemkring behoudt zich het recht voor een
niet-gepubliceerde studie in geval van bekroning in zijn geheel of
in opeenvolgende afleveringen te publiceren in zijn tijdschrift Derlike.
Art. 7
Leden van de Algemene Vergadering van de heemkring
mogen deelnemen, maar kunnen dan geen jurylid zijn.
Art. 8
De kandidaturen kunnen ingediend worden door
de kandidaten zelf of door de heemkring of door derden.
Art. 9
Kandidaturen dienen voor 31 januari 2011 gestuurd
te worden naar de secretaris Nelly Verhelst, Pladijsstraat 122, 8540
Deerlijk.
Art. 10
De jury bestaat uit 6 leden, aangeduid door
de Algemene Vergadering van de heemkring. Hij bestaat uit 4 leden
van de eigen kring en 2 buitenstaanders. De Algemene Vergadering
duidt onder de juryleden een voorzitter aan. Elke beslissing van
de jury wordt genomen bij eenvoudige meerderheid. Bij staking van
stemmen is de stem van de voorzitter van de jury doorslaggevend.
Art. 11
Deelname aan de wedstrijd betekent tevens
de aanvaarding van het reglement.
Art. 12
In gevallen waarin het reglement niet voorziet
wordt een beslissing genomen door de jury.
Art. 13
Tegen de beslissingen en de uitspraak van
de jury bestaat geen verhaal.
U kunt het reglement van de Leon Defraeyeprijs hier in Word downloaden
|
| |