| |
Voorstelling heemkring
De
heemkring Dorp en Toren stelt zich met veel enthousiasme tot doel
het Deerlijkse verleden in al zijn aspecten te onderzoeken en op
een boeiende en wetenschappelijk verantwoorde manier te doen herleven
in o.a. het driemaandelijks tijdschrift Derlike dat reeds verschijnt van 1977. Een jaargang loopt van 1 juli tot 30 juni.
We proberen een gevarieerd aanbod van artikels
te brengen, in een leesbare stijl geschreven en ruimschoots geïllustreerd,
maar met volle aandacht voor de historische werkelijkheid.
Met
meer dan 600 abonnees en ongetwijfeld een veelvoud aan lezers op
een inwonersaantal van 11.000 mogen we best tevreden zijn.
- Wij organiseren een jaarlijkse weekendreis met een heemkundig
thema, waarbij we het nuttige aan het aangename koppelen.
- We
houden gelegenheidstentoonstellingen en doen geregeld educatieve
uitstappen.
- We werken mee aan de door het Davidsfonds georganiseerde
Nacht van de Geschiedenis en ook het Pomphuis van Bossuit kan
op onze medewerking rekenen.
- We begeleiden de bezoekers in ons uitgebreid archief.
We fotograferen en filmen allerlei gebeurtenissen.
- Wij werken occasioneel mee met Open Monumentendag, met de
heemkringen “De Gaverstreke”, “De Boezingenaar” en “De
Roede van Harelbeke” en met het jaarboek “Art
De Coene".
Hoe is de heemkring ontstaan?
Begin
1977 namen Freddy Byttebier, Theo Derijcke, Philippe Despriet en
wijlen Paul Rogiers het initiatief tot de oprichting van een plaatselijke
heemkring. Op 3 maart 1977 werd hij als vzw onder de naam Dorp
en Toren boven de doopvont gehouden in café De Vierschaar.
De
statuten, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 mei 1977
vermelden 17 stichtende leden: Freddy Byttebier, Albert Demeyer,
Maria Van Ryckeghem, Rudy Merlin, Christine Nys, Philippe Despriet,
Marcel Demeyere, Fabienne Vanderghinste, Ivan Ravelingien, Rita
Van Assche, Paul Rogiers, Theophile Derycke, Gilbert Depamelaere,
Robertus Castel, Paul Nys, Leon Defraeye en Armand Deknudt.
Leon
Defraeye was meteen enthousiast en aanvaardde het erevoorzitterschap.
Het deed hem, die jarenlang met de grootste ijver de heemkundige
lamp brandende had gehouden, werkelijk deugd te zien dat zijn werk
navolging kreeg en niet zou verloren gaan. Zijn leven lang immers
had hij zich al ingespannen om alles met betrekking tot eigen haard
en heem te verzamelen en te bestuderen. Leon, die nog schepen was
geweest, had voor zijn uitgebreid privaat heemkundig archief onderdak
gekregen in enkele lokalen boven de raadzaal van het gemeentehuis.
Bij
zijn dood op 22 maart, nog geen maand na de oprichting van de heemkring,
bleef de prille vereniging wat verweesd achter: wij waren nog niet
thuis in zijn omvangrijk, maar niet geïnventariseerd archief
en hij had ons nog zoveel kunnen bijbrengen! Gelukkig erkende de
gemeentelijke overheid de waarde van de verzameling van Leon Defraeye
en werd in overeenkomst met de familie het private archief eigendom
van de gemeente. Het kreeg de naam Archief Leon Defraeye - Gemeente
Deerlijk of kortweg Archief Leon Defraeye. Op ons verzoek werd
het in beheer gegeven aan de heemkring, die het zou inventariseren
en verder met zijn eigen archief zou uitbreiden. Na bijna een kwarteeuw in de lokalen boven de raadzaal van het gemeentehuis te zijn ondergebracht diende het archief door de sloop van het gemeentehuis uit te wijken naar de Tulpenlaan 11. Na er enkele jaren te zijn gehuisvest, werd het uiteindelijk ondergebracht in de kelders van het nieuwe gemeentehuis.
Na
wat tijdelijke hulp in het kader van een BTK-project werd uiteindelijk
Gemma Defraeye, dochter van Leon en goed bekend met het archief
van haar vader, door de gemeente aangeworven eerst in het kader
van een DAC-project en uiteindelijk als GECO. Deze kracht moest
de heemkring wel delen met het René De Clercqgenootschap.
Na haar oppensioenstelling werd zij opgevolgd door Mia Vanhoutte,
een historica die ook de nieuwe, bescheiden toeristische dienst
van de gemeente moest verzorgen. Begin 2002 werd zij waardig opgevolgd
door Magda Ver Gucht. De bereidwilligheid en de medewerking van
de gemeentelijke overheid, in de eerste plaats door de terbeschikkingstelling
van huisvesting en een GECO-bediende, hebben wij steeds erg op
prijs gesteld en kan ongetwijfeld tot voorbeeld strekken voor vele
andere gemeenten.
Naar aanleiding van het tienjarig overlijden
van onze erevoorzitter werd in 1987 de driejaarlijkse Leon
Defraeyeprijs voor Heemkunde ingesteld.
De prijs wil een persoon of een organisatie belonen die zich voor
de plaatselijke heemkunde in de ruime zin van het woord heeft verdienstelijk
gemaakt. De prijs bedroeg oorspronkelijk 10.000 frank (250 euro)
in speciën. Intussen werd de Leon Defraeyeprijs hervormd tot
vijfjaarlijks en werd het bedrag opgetrokken naar 500 euro.
Onze
raad van bestuur telt 6 leden: Albert Bruggeman (erevoorzitter),
Freddy Byttebier (voorzitter), Gemma Defraeye (ondervoorzitter),
Martijn Vandenbroucke (archivaris-bibliothecaris), Jan Vanoverberghe
(coördinator) en Nelly Verhelst (secretaris-penningmeester).
De Algemene Vergadering bestaat uit 17 leden: de 6 leden van de
raad van bestuur en Luc Adams, Armand Deknudt,
Gilbert Depamelaere, Erik Ver Gucht, Laurent Tack, Mia Vanhoutte,
Jo Vervaeke, Elke Declercq, Magda Ver Gucht, Ludwine Viaene en Arlette Notebaert.
In het Staatsblad van 7 februari 2007 verschenen de nieuwe statuten, aangepast aan de veranderde wetgeving.
Onze kring is lid van Heemkunde West-Vlaanderen en van Heemkunde
Vlaanderen sedert 1980 en is aangesloten bij de gemeentelijke culturele raad van Deerlijk.
De voorzitter Freddy Byttebier is lid van de stedenbouwkundige commissie, de zgn. Commissie A, die moet waken over de architecturale waarde en de inpasbaarheid in het straatbeeld van grootschalige bouwprojecten.
|
| |